|
| Baby |
|
Baby zonder extra aanduiding is een aanduiding voor de jongste
mensenkinderen. Men spreekt over een baby totdat het kind peuter wordt genoemd.
vaak wordt ook een foetus of ongeboren kind, dus nog in de baarmoeder, een baby
genoemd.
Nieuwgeborenen
Een pasgeboren baby wordt tot de leeftijd van 30 dagen of gedurende zijn
verblijf op een neonatale afdeling boreling, neonaat of neonatus genoemd
(Latijn: nieuw geborene). Vanaf 30 dagen tot één jaar, wordt een baby zuigeling
genoemd.
In tegenstelling tot jongen van andere diersoorten, is de baby bij een mens
vrijwel tot niets in staat. Bij apen bijvoorbeeld kan het jong zich al direct na
de geboorte aan de moeder vasthouden. Mensenbaby's hebben weliswaar een
grijpreflex, maar die is niet sterk genoeg om zich zelf op te trekken of vast te
houden. Ook kan een baby zijn relatief grote hoofd niet zelf rechtop houden. Ook
bij buideldieren zijn de pasgeboren jongen volledig hulpeloos, maar daar groeien
ze zonder verdere verzorging door in de buidel van de moeder.
Binding aan moeder en vader
Omdat de baby volledig afhankelijk is van de ouders, is het belangrijk voor de
overleving dat de baby zijn ouders aan zich weet te binden. Zo gaat de baby na
ongeveer 6 weken spontaan naar zijn verzorgers lachen. Na een normale bevalling
voelt de moeder zich in de meeste gevallen onmiddellijk aangetrokken tot haar
baby. Dit heeft mogelijk te maken met de specifieke geur die een jonge baby
afgeeft.
Voeding
Borstvoeding
Een pas geboren zuigeling kan zoals het woord al zegt alleen door te zuigen
voedsel binnen krijgen. De natuurlijke voedingsbron voor baby's is moedermelk
die door de borsten van de moeder wordt geproduceerd. Ook al komt moedermelk af
en toe in de publiciteit omdat het sporen van giftige stoffen kan bevatten zoals
polychloor-bifenylen (PCBs), toch wordt steeds door onderzoek bevestigd dat
moedermelk de beste voeding voor de baby is. Het bevat alle voedingsstoffen die
de baby nodig heeft in exact de juiste verhouding, met de juiste temperatuur.
Bovendien bevat moedermelk antistoffen die de baby beschermen tegen bacteriën en
virussen. Verder stelt men een lichte stijging vast van het IQ (intelligentie
quotiënt) van de baby bij langdurige borstvoeding.
Het geven van borstvoeding vergt wel veel van de moeder. Zij moet altijd op tijd
aanwezig zijn en het kan ook tot ongemakken, zoals tepelkloven, aanleiding
geven. Borstvoeding geven is echter ook voor de moeder een bevredigende manier
en is eigenlijk ook de gemakkelijkste manier.
De borstvoeding werkt vaak niet vanaf de eerste dag. Onder invloed van met name
het zogen komt de borstvoeding over het algemeen in de loop van enkele dagen op
gang. Soms komt de borstvoeding ook niet op gang! In die periode moet het kind
heel regelmatig worden aangelegd wat voor de moeder erg zwaar kan zijn. Als men
de melkproductie extra wil stimuleren gaat men vaak over op kolven. Verliest het
kind daarbij te veel gewicht dan moet deze ook worden bijgevoerd. Hierdoor komt
het twee uurs ritme uit op half uur borstvoeding, half uur fles geven, half uur
kolven, half uur slapen. Dit dus direct na de bevalling!
Flesvoeding
FlesvoedingAls borstvoeding niet mogelijk is, zijn er prima alternatieven in de
vorm van flesvoeding. Veel vrouwen in de westerse wereld stappen na een aantal
maanden van borstvoeding over op flesvoeding. Deze flesvoeding is zo goed
mogelijk afgestemd op de natuurlijke verhoudingen van voedingsstoffen in de
moedermelk. Er is aparte voeding voor prematuren, dysmaturen, neonaten,
zuigelingen van verschillende leeftijden en baby's met allergieën. Deze
gespecialiseerde melkvoedingen zijn in België enkel verkrijgbaar in de apotheek.
Vast voedsel
Tussen de vierde en zesde maand gaat de baby geleidelijk aan over op vast
voedsel. Meestal begint men met pap, en iets later met goed gepureerde vruchten.
Langzamerhand gaat de baby steeds meer vast voedsel eten, waarbij in het begin
alles gepureerd moet worden. De baby heeft immers nog geen tanden.
Verzorging
De baby is in alle opzichten afhankelijk en moet volledig verzorgd worden. De
verzorging bestaat voornamelijk uit het geven van voeding, verschonen en laten
slapen. De baby moet meerdere malen (minstens vier tot zes keer) per dag een
schone luier om zolang hij niet zindelijk is. Hierbij kunnen de billen en de
geslachtsorganen van de baby met een vochtig doekje worden schoongemaakt. Er kan
een speciale zalf in de huidplooien worden gesmeerd om irritatie te vermijden.
Talkpoeder wordt ten strengste afgeraden omwille van ernstige
nevenverschijnselen. Bij onvoldoende vaak verschonen van de luier kan er sneller
luieruitslag ontstaan. Vaak huilt een baby van ongenoegen als hij een vieze
luier heeft.
Gezondheidszorg
In Nederland en België wordt elk kind onmiddellijk na de geboorte onderzocht en
getest op zijn lichaamsfuncties aan de hand van de Apgar-score en na enkele
dagen getest op een aantal aangeboren ziekten, die bij snelle behandeling of met
een dieet een betere levensverwachting geven. Onderdeel van dit onderzoek is de
bekende hielprik.
Slapen
Een pasgeboren baby slaapt vaak meer dan zestien uur per dag. Daarbij heeft de
baby in het begin nog geen volwassen slaapritme en wordt hij 's nachts vaak
wakker. De meeste baby's slapen 's nachts door vanaf hun zesde levensweek,
hoewel andere baby's soms jarenlang 's nachts blijven wakker worden, hetgeen
voor de ouders een zware belasting is.
Een ongestoorde en veilige slaap is voor de baby erg belangrijk. Wiegendood komt
weinig voor, maar is een grote angst voor ouders.
Reflexen
Een pasgeboren baby vertoont een aantal reflexen die later verdwijnen.
Zoekreflex. Bij zacht aanraken van de wang van de baby draait het kind zijn
hoofd die kant op en doet hij zijn mond open. Dit stelt de baby in staat snel de
tepel te vinden van de borst van zijn moeder.
Zuigreflex. Zodra de baby iets in zijn mond voelt, begint hij te zuigen,
ongeacht of hij een vinger, de zuigfles of de borst in zijn mond heeft.
Grijpreflex. Als iemand een vinger in de handpalm van de baby legt, pakt hij
deze onmiddellijk stevig beet. Door het met de twee handen te doen kan de baby
uit liggende positie makkelijk rechtop getrokken worden. De voeten vertonen een
dergelijke reflex, maar met de voet kan een baby natuurlijk niet echt iets
vasthouden.
Loopreflex. Als de baby rechtop gehouden wordt door hem onder zijn oksels vast
te houden en men laat zijn voetjes zachtjes de vloer raken, dan trekt hij één
been op, alsof hij een stap wil maken. Door het opgetrokken voetje de grond te
laten raken, tilt de baby zijn andere voet op. Deze reflex verdwijnt echter al
snel na de geboorte.
Schrikreflex of Moro-reflex. Bij een plotseling beweging (bijvoorbeeld als de
baby bijna valt) doet de baby zijn armen wijd open en sluit ze daarna weer
langzaam. Ook bij een hard geluid kan dit gebeuren. Als de baby daarbij erg
geschrokken is, gaat hij huilen. Deze reflex doet denken aan een jong aapje dat
zich vastgrijpt aan de moeder.
Asymmetrische Tonische Nekreflex. Dit is het begin van oog-handcoördinatie. Als
iemand de baby naar zijn handje laat kijken en dan zijn hoofdje draait, strekt
de arm zich uit. De ogen volgen vervolgens de weg van het handje.
De meeste van bovengenoemde reflexen verdwijnen na ongeveer 3 tot 4 maanden.
Daarvoor komen andere reflexen in de plaats die het hele leven bestaan. Echter
de slikreflex en de kokhalsreflex heeft een baby vanaf het begin en deze
verdwijnen nooit (tenzij bij enkele uitzonderlijke situaties).
De reflexen van een baby zijn onder te verdelen in drie groepen:
de primitieve reflexen. Dit zijn vlucht- en overlevingsreflexen die zich al in
de baarmoeder ontwikkelen en van belang zijn om de eerste maanden te overleven.
De reflexen hebben hun oorsprong in de hersenstam. Dit zijn de hierboven
genoemde reflexen.
de transitionele reflexen. Deze komen uit de tussenhersenen en hebben te maken
met het trotseren van de zwaartekracht. Ze ontstaan tussen de zesde en achtste
maand na de geboorte en verdwijnen daarna weer.
de posturale reflexen. Deze komen ongeveer 10 maanden na de geboorte
tevoorschijn en zijn afkomstig uit de hersenschors. Deze reflexen hebben te
maken met staan, lopen, praten en dergelijke. Deze reflexen blijven de rest van
het leven bestaan.
Spel en interactie
De interactie met een baby is in het begin vrij eenzijdig, de baby kan nog niet
veel respons geven aan de ouder. Op de leeftijd van ongeveer 6 weken begint de
baby te lachen als een bekend gezicht verschijnt. Een paar maanden later kan de
baby al een eerste spel spelen, Kiekeboe.
meer babylinks ...
|
|
|